Het verleden begrijpen om het voor de toekomst makkelijker te maken

Introductieopleiding contextueel werken
Jorieke Vosmer (team Lage Bothof) en Christel Hoving (team Grotestraat) deden mee aan de introductieopleiding contextueel werken. Deze werd voor het eerst in company gegeven bij De Weerde door docent Pieterjan van den Akker van de Nagy Academie. Jorieke en Christel vertellen vol enthousiasme over hun ervaringen. Pieterjan vertelt meer over de achtergrond van het contextueel werken.

Gedachtegoed van professor Nagy
De opleiding is een kennismaking met het gedachtegoed van professor I.B. Nagy, de grondlegger van het contextuele denken en de contextuele therapie. Hierin wordt de mens gezien en benaderd als een wezen dat in zijn kern verlangt naar positief verbonden zijn. Aan de hand van literatuur, de eigen familiegeschiedenis en casuïstiek, verdiepen de deelnemers zich in alle basisbegrippen van de contextuele benadering. Meer over de inhoud vind je in het verhaal van Pieterjan hieronder en op de website van de Nagy Academie.

Familiegeschiedenis
“Alles heeft zijn oorsprong,” vertelt Christel over de inhoud van de opleiding. “Je betrekt de familiegeschiedenis en de achtergrond erbij. Dat is bij de cliënt soms best ingewikkeld, maar het kan diens gedrag verklaren.” Jorieke vond het mooi dat je door de opleiding begrip krijgt voor wat de familiegeschiedenis met jezelf en met de cliënt kan doen. “Je leert kritisch naar jezelf te kijken: waarom doe ik wat ik nu doe? En: waarom doet de cliënt wat hij nu doet? Je leert minder snel te oordelen, je stempel ergens op te drukken.”

Wat kan je ermee als begeleider?
Als begeleider is het essentieel om naar het grotere plaatje te kijken, vindt Christel. “Je kan daarmee veel uitdiepen. Maar je moet wel rekening houden met de behoefte van de cliënt. Het is een kans om diens achtergrond te ontdekken. In de psychiatrie is er ook steeds meer de ontwikkeling dat er meer naar het hele plaatje wordt gekeken. Wij als woonbegeleiders gaan verder na de diagnose. Het kijken naar ‘wie is die cliënt en waar komt hij vandaan?’ Dat doen wij al. Een diagnose moet niet in de weg staan om verder te kijken.” Jorieke vindt de contextuele invalshoek een mooie aanvulling om op andere manier naar cliënten te kijken. “Ik merk dat ik er veel meer over nadenk. Ik oordeel minder snel. Ik ben daar milder in geworden. Wat het ook losmaakt, is nieuwsgierig zijn. Je moet verder kijken dan je neus lang is. Je kijkt naar andere factoren.” Ze gaat het dan ook zeker toepassen in haar werk. “Met de cliënt zelf is het goed om op onderzoek te gaan. De mogelijkheden te bespreken. En je kan natuurlijk ook in het dossier zelf op zoek gaan naar de achtergrond. De opleiding is voor jezelf ook heel fijn. Je kunt weer verder door dingen los te laten. Contextueel kijken naar meerdere generaties kan ook veel verklaren van je eigen gedrag.”

Wat neem je mee?
Jorieke heeft naar eigen zeggen door deze opleiding meer rust en meer geduld gekregen. “Ik oordeel minder snel. Ik vraag eerder door en ik ga op andere manieren in gesprek. En ik heb meer acceptatie en berusting bij mezelf.” Christel neemt het geleerde elke keer mee in haar werk. “Ook in de overdracht zal ik het benoemen. Maak eens een genogram met de cliënt. Maak een schets van de familiesituatie. In de opleiding hebben we verschillende casussen uitgediept. Je kunt ook een casus behandelen zonder de cliënt erbij. Dat kan ook al heel verhelderend zijn.” De opleiding heeft Christel de bevestiging geven. “Hoe belangrijk het is om familiegeschiedenis mee te nemen in onze benadering. Als je je focus kwijtraakt, kan je hierop teruggrijpen. Met meer begrip en respect naar de cliënt reageren. In de waan van de dag is het goed om naar die focus terug te kunnen gaan.”

Tot slot
Dat De Weerde dit aanbiedt, vindt Jorieke ‘geweldig’. “De opleiding wordt op een mooie manier gegeven door Pieterjan van den Akker. Hij geeft veel voorbeelden en is erg geduldig.” Christel: “Heel goed dat De Weerde deze opleiding aanbiedt. We kunnen dit in onze begeleiding goed gebruiken. Fijn dat ik deze kans gekregen heb!”

Pieterjan van den Akker over contextueel werken
Pieterjan werd zelf jaren geleden tijdens een training die hij volgde, gegrepen door het gedachtegoed van contextueel werken. “Het hielp mij om het contact in mijn eigen familie te verbeteren. Ik kon me daar best eenzaam in voelen. We zijn bij elkaar betrokken en houden van elkaar, maar we konden het niet goed uitspreken. Toen ik het privé zwaar had, voelde ik me alleen. Maar het bleek – toen ik er naar vroeg –  dat mijn ouders zich heel erg zorgen maakten. Ze lieten me met rust, omdat ik al veel hulp kreeg. Maar ik had hen juist het hardste nodig! Door het gedachtegoed begreep ik wat er gebeurde. En waar het vandaan kwam. Hoe mijn vader dingen had meegekregen van zijn vader.” Het greep hem zo dat hij er in verder ging en uiteindelijk zelfs directeur van de Nagy Academie werd. “Ik breidde mijn woordenboek uit met verbindende taal, zodat ik dingen die ik lastig vond, kon bespreken. Het werd makkelijker en vertrouwder, omdat mijn familie deze woorden ook ging gebruiken. Ik gebruikte het contextueel werken in mijn werk als manager en in mijn eigen coaching en trainingen. Binnen organisaties gebruikte ik het om beter samen te werken. Ik vond en vind het echt fantastisch. Ook mijn gezin heeft het veel gebracht. Mijn vrouw en kinderen begrijpen mij beter en ik hen. Dit past echt bij mij.”

De rol van contextueel werken in de begeleiding
De contextuele manier van werken is volgens Pieterjan waardevol binnen de begeleiding. “Het gaat om begrip van jezelf en anderen. Wat heeft iemand meegekregen? Hoe ziet je geschiedenis eruit? Je wordt je bewust van de familiedynamiek. Je krijgt begrip van ‘loyaliteit’. Familie speelt altijd een rol, iedereen komt uit een familie. Iedereen heeft een verlangen om erbij te horen. We hebben elkaar nodig, het lukt niet in je eentje. Je bent van elkaar afhankelijk. Het zit in mensen om er voor elkaar te willen zijn.”

Verleden begrijpen
Feiten zijn belangrijk om de familiegeschiedenis te begrijpen. Bijvoorbeeld door het maken van een genogram. “Wat maakt dat ik zo doe of dat mensen zo doen? Je moet het verleden begrijpen om het voor de toekomst makkelijker te maken. Wat heeft iedereen nodig? Wat heb ik zelf nodig? In elke relatie ben je er naar op zoek: begrijp ik je goed, begrijpt een ander mij goed? Begrijpen we elkaar goed? De hele dag door maak je die afwegingen. Als je benieuwd bent, meer begrip hebt, dan kan je je begeleiding daarop afstemmen. Het helpt je binnen alle relaties beter voor jezelf en anderen te zorgen. Goed te kijken naar wat kan er nog wel kan, zodat het vertrouwen weer kan groeien. Daar heb ik mooie voorbeelden van binnen De Weerde gezien.”

Rol van taal
Taal is belangrijk binnen de contextuele therapie. Het geeft woorden aan wat je voelt om de ander te begrijpen. “Het gaat vaak om communicatieproblemen en misverstanden. De opleiding geeft woorden aan wat er tussen mensen gebeurt. Professor Nagy heeft nieuwe taal gevonden om de balans van geven en nemen tussen mensen te kunnen lezen.”

Je eigen proces
In de opleiding zijn de theorie en de praktijk belangrijk, maar ook het eigen proces. “Zodat je zelf merkt dat het veel oplevert. Dat geeft vertrouwen en vasthoudendheid in het werk met cliënten,” besluit Pieterjan.